donderdag 28 augustus 2025

R.M.F.C. + TUFF GUAC - ROTOWN - 26-8-2025


Toe maar. Ik zie nu dat er liefst twee volle weken tussen mijn laatste concert en dat van dinsdagavond zaten. Het moet een tijd geleden zijn geweest dat er nog eens sprake was van een dermate langdurig hiaat. Ik zou dat kunnen opzoeken. Ik verkies het zulks na te laten, wegens een toenemende mate van geen zin meer in van alles. Van het voorlaatste concert herinner ik me nog de pijnlijke neuropathievoetjes. Normaal zou ik mijn hand niet omdraaien voor een wandelingetje van Utrecht CS naar poppodium Ekko. Nu had ik het gevoeld. Aan heuse pijn grenzende irritatie was mijn deel geweest.

De voorstellingen van dinsdagavond vonden gelukkig plaats in Rotown, stukken dichter bij huis. Zelfs tegen de gang daarnaartoe zag ik op, tegen die paar honderd meter voetverkeer. De kanker begint inmiddels ook geestelijk zijn weerslag op me te krijgen, in de zin van: steeds meer geen zin in steeds meer. Niet heel erg verwonderlijk. Nog geen anderhalve week tevoren waren er een ambulance en politie komen voorrijden, toen er voedsel in mijn inwendige was blijven steken, ik chronisch de hik had gekregen en het gevoel had gehad te moeten kiezen uit direct de moord steken, ofwel onmiddellijk geopereerd worden. Zelden zo'n behoefte aan narcose gehad. Het algehele einde had het ook mogen zijn. Een idee dat telkens vaker begint te spelen. Slechts behoefte aan verdoving. En de donkere dagen moeten nog komen. Zijn ook altijd van die vreugdeverschaffers. Deze vuist op deze vuist en joepiedepoepie.

Dinsdagavond had ik vooraf mijn maag zonder al te veel pijn bij het slikken weten te vullen. Het verschafte me de hoop dat dit het begin was van het – tijdelijk – herstel in mijn slokdarm. Dat de bestralingen resultaat begonnen af te leveren en dat de mij voorspelde bijwerkingen, zwellingen, al eerder dan verwacht aan het afnemen waren. De bevredigde maag verschafte me daarnaast de moed naar Rotown af te zakken, zonder angst om de volgende uren te worden overvallen door een of andere hongerflauwte. Het is lastig genieten als je telkens het idee hebt tegen de vlakte te kunnen gaan.

Achteraf beschouwd ben ik zeer tevreden tóch naar de Nieuwe Binnenweg te zijn afgezakt. Mijn contact had me geschreven dat ze op de gastenlist – 'guestlist', in modern Nederlands – zou staan. Als ik haar naam noemde, zou ik toegang krijgen. Zelf zou ze niet komen opdagen. Nospray had de avond georganiseerd. De smaak van Nospray en die van mij willen nog weleens overeenkomen. Ik had de muziek van de bands vooraf weliswaar beluisterd en de concerten als bijwoonbaar verklaard, in de praktijk overtroffen ze mijn verwachtingen. Tuff Guac uit Antwerpen beet als voorprogramma het spits af. Even voordat ze begonnen was ik nog stevig in de stress geschoten. De nieuwe telefoon waarmee ik tegenwoordig opnamen maak, bleek dagen achtereen aan – 'on' in modern Nederlands – te hebben gestaan. Er resteerde nog twaalf procent batterijvermogen. Moest ik daarmee alle nummers van twee bands opnemen? Dat zou nooit lukken. Nog niet zo lang geleden zou ik bij dit soort tegenslag onherroepelijk aan de neut zijn gegaan. Dat heb ik afgeleerd. Neut betekent meer neut en nog meer neut, neut totdat het licht uitgaat en vanaf het ontwaken direct neut. Dat dag in, dag uit en voor ik het weet kliniekopname, als ik in de tussentijd de pijp nog niet ben uitgegaan. Ik ben bang dat ik 0,0 tussenweg heb als ik één slok % neem. Dat maakt ook geen ruk uit. Ik heb geen enkele trek in alcohol meer. Terugkijkend vind ik het een nogal zwakzinnig middel. Een substantie die debiliseert en wilskracht wegneemt. Na het drinken van % schijn je ook nog genoegen te moeten nemen met het effect: kater of – de wat mildere variant – nauwelijks vooruit te branden zijn.

Er zijn voldoende middeltjes die wenselijker effecten veroorzaken. Ze zouden kinderen – 'kids' in modern Nederlands – op de lagere school al moeten leren dat er allerlei ander lekkers bestaat. Misschien wordt het tijd voor een utopische roman waarin de protagonistenkids geen schoolmelk te drinken, maar school-xtc te slikken krijgen. Nee, ik ga geen poging wagen die roman te schrijven. Iets te veel kans dat ik voor het eind te hebben bereikt, ben getransfereerd naar het eeuwige foetsie.

Ik had dinsdagavond een andere keuze gemaakt dan school-xtc. Voor het de deur uitgaan had ik de mij voorgeschreven fentanyl genomen. Een prettig pijn stillend goedje, driehonderd maal sterker dan morfine. Er staan zeer vermakelijke filmpjes op YouTube over fentanylgebruik. Delen van steden in de VS zijn uitgegroeid tot gezellige, geïmproviseerde campings, waar het bovenlichaam van de staande gasten in een hoek van negentig graden ten opzichte van het onderlichaam is gepositioneerd. Het kan ook voorkomen dat de campinggasten compleet gestrekt liggen, omdat het voortdurend staan in een hoek van negentig graden ze is gaan vervelen. De gasten in de filmpjes zijn niet direct te kenschetsen als 'de typische Trump-stemmer'. Ook niet als 'de typische Biden-stemmer' of 'karakteristieke Kamala Harris-stemmer'. Ik verdenk de campinggasten ervan dat ze van hun stemrecht helemaal geen gebruik hebben gemaakt. Tja. Dat is natuurlijk een beetje vragen om moeilijkheden. Het voorrecht hebben te leven in een democratie en niet stemmen. Bij sommige mensen ligt het er duimendik bovenop dat ze terecht wensen te komen aan de verkeerde kant van zowel de geschiedenis, als het heden en de toekomst. Het cijfer driehonderd (uit “driehonderd maal sterker dan morfne”, weet u nog) zegt overigens weinig. Medici en apothekers in ons gave land zijn voldoende ontwikkeld om hoeveelheden voor te schrijven en/of toe te dienen, die in de praktijk niet direct fatale doses blijken te zijn.

Ik vraag ik me af in hoeverre fentanyl al is doorgedrongen tot mijn gave directe omgeving. En dus die van Rotown. In de buurt van het Nieuwe Instituut, Entrepotgebouw en Huis Sonneveld is de aanwezigheid van talloze toeristen en museumbezoekers enerzijds, en dopeheads anderzijds, ronduit kolderiek. Het straatbeeld lijkt zelfs het absurdisme ontstegen te zijn. Ongeveer een maand geleden mocht ik na concertbezoek al eens een crackroker op de opgang naar mijn voordeur begroeten. De man maakte, niet zonder te laten merken dat ik hem stoorde, voldoende ruimte vrij om me er langs te laten. Het is maar één keer voorgekomen en als het daarbij blijft, vind ik het allemaal prima. Ik heb bij die voordeur vervelender gebeurtenissen meegemaakt. Als iemand netjes opzij gaat en mij die zware voordeur achter me laat sluiten: halleluja, niks-aan-de-handa. Voor wat er verder met die persoon gebeurt, geldt hetzelfde: het zal me kroket wezen. Het me allemaal geen fuck meer uitmaken, lijkt me geen aan te raden levenshouding. Het me zeer veel geen fuck meer uitmaken lijkt me in mijn situatie aanraad- en aanvaardbaar. Noem het stoïcisme. Noem het wat je wil. Maakt me niet de minste fuck uit. We leven in een vrij land. Als je maar tien minuten voor de afspraak aanwezig bent in de daartoe aangewezen zone.

Goed. Ik wilde iets over muziek schrijven. Het voorprogramma van het Antwerpse Tuff Guac was buitengewoon in orde. Naast sterke eigen composities bevatte het werk ook nog eens een verrassend uitgevoerde cover van Otis Reddings (Sittin' on) The Dock Of The Bay. R.M.F.C. uit Sydney voldeed als hoofdact meer dan ruim voldoende. R.M.F.C., de afkorting schijnt voor Rock Music Fan Club te staan. Een naam die 'middle of the road' als eerste indruk bij mij teweegbrengt. R.M.F.C. had een probaat middel tegen die eerste indruk: met het nummer Harmless Activity, waarmee ze aftrapten, dirigeerden ze het vooroordeel direct naar de vergetelheid. Al vrij snel daarna kregen ze de moshpit los, die hoogstens tússen nummers heel even zou kalmeren. Mijn situering in de hoek, pal voor het podium, zorgde ervoor dat ik lichamelijk gevrijwaard bleef van geduw en gedrang.

En, nu ik eraan terugdenk, bij mijn voorlaatste concertbezoek aan Ekko in Utrecht was ik nog blij dat ik regelmatig op het podium had kunnen zitten om beeld en geluid op te nemen. Deze avond had ik nul keer de behoefte gehad om de bilpartij neder te vlijen. Betekent dit dat mijn fysieke toestand toch – voor zo lang dat dan weer duurt – aan de beterende hand is? Geen idee. En geen zin om er over na te denken. Al helemaal geen zin om te hopen. Fuck 'hoop doet leven'. Hoop is uitgestelde teleurstelling. Ik heb wel het idee dat ik, ondanks deze goed bevallen avond, steeds minder zin heb om nog activiteit buitenshuis te ontplooien. Wat dat betreft, is de dalende lijn ingezet. De vraag is of de curve weer omhoog zal gaan.

Nu ga ik eens koptelefoongewijs bij Bandcamp te rade of ik de muziek van Tuff Guac en R.M.F.C. digitaal tot de mijne zal maken. Een mens mot wat met zijn leven.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten