DNA-onderzoek moet uitwijzen of het jongetje door een wolf of een krokodil is aangevallen. In het geval van een kaaiman of alligator zou het erop kunnen duiden dat er op de Veluwe naast terugkeer van de wolf ook sprake is van de introductie van de krokodilachtige. De kans dat krokodilachtigen zijn voortgesproten uit gevallen boomvruchten wordt klein, maar niet onmogelijk geacht. "In theorie is het mogelijk dat er uit uit bomen gevallen kastanjes, eikels of dennenappels kaaimannen of alligators groeien. Dat hangt af van het soort mos waarop de boomvruchten terecht zijn gekomen. Andere soorten krokodilachtigen zijn zeer onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk," zo verwoordde een Veluwse boswachter het. Naast het wachten op bos staat de boswachter in kwestie ook bekend om het kweken van de Veluwse champignon, die een sterk hallucinogene werking heeft.
De VvVVW (Vakbond van Veluwse Vrije Wolven, red.) laat weten verstoord te zullen zijn als blijkt dat er zich ook krokodillen op de Veluwe bevinden. "Onze leden was toegezegd het alleenrecht op het bijten van mensenkinderen te hebben," aldus een woordvoerder.
“Toen
de boten nog van hout en de mannen van staal waren,” zei mijn
grootvader vaak tegen me, om te laten blijken dat het er in zijn tijd
wel even anders aan toeging. Hij liet me weten dat mijn generatie een
stel softies was, een partij mietjes, miskleunen, potverdeerders,
hangmathangers, dekantjeservanaflopers,
rustigaandanbreekthetlijntjenieters. Een wereldoorlog zou ons leren.
Hij had er één meegemaakt. Zijn ouweheer, mijn overgrootvader,
liefst twee. Waren zij er minder van geworden? Precies. In
wereldoorlogen werden kerels gemaakt. Vredestijd was voor
transgendervoetbalcentrumspitsen, voorstoppers die na negentig
minuten altijd met een hagelwit broekje van het veld stapten omdat
het woord 'sliding' nog tot hun praktijk diende door te dringen,
ausputzers die bij een temperatuur van zeventien graden boven nul in
een maillot op het veld stonden en vrouwelijke voetbalanalisten die
ervoor zorgden dat jij op zondagavond na Studio Sport nog altijd met
een even vol bord eten op schoot zat als dat je voorgezet had
gekregen, omdat je van weerzin over hun zogenaamd tactische uitleg
geen hap had kunnen weg krijgen.
“Ja,
opa. Onze generatie is een verzameling zoetebroodjesbakkers. We zijn
me daar een stelletje pisnichterige suikerpopjes bij elkaar,”
antwoordde ik dan, vermoeid van zijn voorspelbare, veel te vaak
herhaalde riedel, die ik nog slechts met bijval als repliek kon
aanvullen, omdat hem tegenspreken me inmiddels stukken erger
vermoeide. “Jullie staken anders in mekaar. Mooie tijden waren dat.
Toen de mannen nog stagediveden in lege concertzalen. Zonder iemand
die ze opving. Onze generatie staat bij het begin van een song op het
podium achterom te kijken of het luchtbed al is opgepompt en gaat pas
liggen als het volgende nummer al halverwege is. En mannen waren het,
in uw tijd. Hoofdletter M-mannen. Geen vrouw in het publiek te
bekennen. Het enige recht van Riot Grrrl was het aanrrrecht. Van
tussen de geslachten zwevende snoeshanen die in afwachting van
overleg tussen bands, concertpodia en de snoeshaanvakbond nog geen
keuze hadden kunnen maken tot welk gender ze wilden behoren, had al
helemaal nog nooit iemand gehoord.”
“Ik
geloof dat je eindelijk eens wat zaken op een rijtje begint te
krijgen, knul. Maar met dat stagediven zonder publiek zit je toch
mis. Wij gingen niet naar concerten. Wij voeren de continenten af. We
deden bommetje vanuit het kraaiennest op het scheepsdek. Piraten,
waren we. Maar aardige piraten. Zo keken we donders goed uit dat we
niet bij elkaar op de nek sprongen. We belandden altijd op het dek,
niet op onze scheepskameraden. Soms kwam het voor dat het hout van de
schepen niet stevig genoeg was. Dan versplinterde het en kwamen we
een verdieping eronder terecht. Lagen we ineens op het benedendek,
tussen de slaven, die de galei naar de thuishaven roeiden. Zo
integreerde je toch nog een beetje met het andere ras. Was er ineens
ook veel minder sprake van rangen-, standen- of klassenverschil. Maar
nooit namen we de riemen van ze over. Ons vanuit het kraaiennest
droppen op dek – of per ongeluk zelfs onderdek – deden we. Door
niet de knieval van zelf roeien te maken, voorkwamen we muiterij. De
slaven zouden dat als de gegeven vinger hebben beschouwd, die ze tot
hele hand mochten uitvergroten.”
Ik
corrigeerde opa niet door te trachten hem bij te brengen dat 'slaven'
inmiddels 'tot slaaf gemaakten' heetten. Dat zou een brug te ver en
water naar de zee dragen zijn geweest. Maar, hoewel onze generaties
onverenigbaar waren, kon ik mijn grootvader een zekere mate van
VOC-mentaliteit niet ontzeggen. Toch, zo maakte hij op familiefeesten
altijd duidelijk, wilde hij wat betreft politieke overtuiging niet
met Balkenende in verband worden gebracht. Hij wilde niet in de
CDA-hoek worden gepositioneerd. Als zeeman had hij zich voortdurend
moeten aanpassen aan weersomstandigheden, waterstanden en -stromen,
en windkrachten en -richtingen. Dat had van hem de karakteristieke
zwevende kiezer gemaakt. En wat symboliseerde het zweven beter dan
die schitterende meeuw uit het logo van de Partij Voor de Vrijheid?
Exact. Hij was een zwevende kiezer. En daar zou hij standvastig in
zijn.
Ik
had het optreden van Party Dozen in het Bredase Mezz wél al een tijd
tevoren in mijn agenda genoteerd; beluisterd had ik de muziek nog
steeds niet. Dat deed ik in een laat stadium. De Australiërs, een
man en een vrouw, vormen een duo. De taakverdeling is duidelijk: man,
Jonathan Boulet, drumt; vrouw, Kirsty Tickle, speelt saxofoon. Veel
van hun werk is instrumentaal, soms zingt Tickle ook. Verrassend vaak
draait ze dan haar sax honderdtachtig graden en zingschreeuwt haar
teksten door de brede uitgang van het blaasinstrument terug de hoorn
in. Het levert een verrassend geluid op. Hoewel ik me altijd afvraag
in hoeverre dit soort geintjes gimmick om de gimmick is, concludeer
ik in het geval van Party Dozen dat het de muziek verrijkt.
Zou
ik het optreden bezoeken, dan zou ik voor de derde maal in nog geen
maand op een vocale verrassing worden getrakteerd. Basgitariste Tine
Hill van Gustaf klonk bij de concerten in Rotown en TivoliVredenburg
met behulp van technische stemmodulatie als Darth Vader. Ook Metdog
nam een loopje met natuurlijk stemgeluid. Of de zang van Kirsty
Tickle slechts door haar zang in de koperblazer of óók met
eletronische modulatie tot stemvervorming kwam, heb ik niet kunnen
waarnemen. Of de effecten met behulp van vocoder,
pitch
shifter
of formant
shifting werden
veroorzaakt, is ook een vraag die ik onbeantwoord moet laten.
Een
bezoek aan Mezz in Breda zou het niet worden. Dat evenement zou
plaats vinden in de kleine zaal en het bleek al te zijn uitverkocht.
Niet vreemd. Party Dozen is een goede band, die al een aantal jaren
bezig is en verschillende albums uitbracht. Nota bene Nick Cave was
dusdanig enthousiast over de muziek van Party Dozen dat hij bereid
was een mopje mee te zingen in het nummer “Macca The Mutt” op het
album “The Real Work”. Het wil carrièregewijs nogal helpen als
een grote naam als Nick Cave heeft aangegeven geporteerd te zijn van
je werk en er zelfs een vocale bijdrage aan heeft geleverd. Laat ik
mijn eigen mening over Cave dit maal maar voor onder de stoelen of
banken bewaren. Al zijn er naar mijn mening weinig artiesten op wie
het adagium 'Fuck you, you poser' meer van toepassing zijn dan op
hem. (Oei, ik kan het uithalen naar die man kennelijk niet laten.
Welaan. In ieder geval een reden om zo op Bandcamp “Macca The Mutt”
te beluisteren. Misschien dat Caves bijdrage me in dit geval
eindelijk eens mild stemt.)
Belangrijker
reden voor de Bredase uitverkochtheid: 'zaal' is een groot woord voor
de kleine zaal van Mezz. Ik ging dus direct op zoek naar een andere
mogelijkheid om ze live aan het werk te zien. Die bleek er te zijn.
Er stond, de dag erop, een optreden gepland op de webzijde van het
Utrechtse Ekko. Het optreden bleek niet op de hoofdlocatie aan de
Bemuurde Weerd Westzijde te zijn, maar in een “De Kromme Haring”
genoemde venue. Die locatie was me nog totaal onbekend. Ik vind het
altijd prettig een concertgelegenheid te bezoeken waar ik nog niet
eerder kwam.
Toen
ik het adres, aan de Europalaan, had opgezocht, dacht ik dat mijn
reis me via treinstation Vaartsche Rijn naar De Kromme Haring zou
voeren. Bekend terrein. Ik stap daar uit en weer in als ik naar een
concert in De Helling ga. Die gelegenheid is een stuk dichter bij het
station gelegen dan de Europalaan, zag ik op Google Maps. Per
Streetview maakte ik een proefwandeling. Met mijn chronische
neuropathie in gedachten was ik zittend op mijn bureaustoel al
spierpijn en een flauwte nabij. 9292OV opperde gelukkig een ander
plan. Ik zou pal naast Utrecht CS de bus aan de Jaarbeurszijde kunnen
nemen en mij op drie minuten wandelen van voor de deur van De Kromme
Haring uitstappen.
Zo
geschiedde. Ik had de luxe in te kunnen stappen in een bus, die door
materiaalmalaise met enige vertraging vertrok. Dat was wél ongeveer
direct na mijn arriveren op busperron C5. De chauffeur had me voor
mijn instappen vrolijk en joviaal verteld dat hij halte Lanslaan zou
aandoen; sterker, het was zelfs de eerste stop die hij zou maken. Ik
denk dat zijn goede luim voortkwam uit opluchting dat hij nu een
passagier met een ter zake dienend antwoord op een vraag kon helpen,
waar hij de overige te vervoeren lieden wegens motorische perikelen
had moeten laten wachten. En, zoals de belasting betalende burger
donders goed weet; wachten, vertragingen of welk ongemak dan ook, in
het openbaar vervoer of wherever , dat moeten we niet willen met zijn
allen. Dan wordt ons tekort gedaan. Door wie? Door de overheid. Door
wie anders? Hoge bloeddruk? De overheid. Lauw bier? De overheid. Toch
muggen ondanks hor? De overheid. Je friet te doorbakken bij Smullers?
De overheid.
De
Kromme Haring bleek te zijn gevestigd op een heuse rafelrandlocatie,
die zich ondanks die benaming dichter bij het centrum dan bij
gemeentegrens of stadsrand van Utrecht bevindt. Er houden diverse
andere uitgaansgelegenheden domicilie. Langs het geheel, dat als
overkoepelende naam 'De Vechtclub' heet, ligt een ruime tuin waarin
houten tuinmeubilair staat opgesteld. Voorafgaand aan het concert kon
ik daar mijn meegenomen boterhammen oppeuzelen. Wegens mijn
slokdarmperikelen ben ik gedwongen mijn voedsel inderdaad op te
peuzelen; schransen is er absoluut niet bij. De grote, niet goed fijn
gekauwde happen komen me op een gruwelijke pijn te staan. Door mijn
peuzelactiviteit was ik te traag om de start van voorprogramma Ioana
Iorgu van nabij mee te maken. De artiesten – het bleek tot mijn
verrassing om een drummer + gitariste/zangeres te gaan – waren
reeds begonnen toen ik nog druk doende peuzelen was. Eenmaal binnen
hoorde ik pas dat het werkelijk zonde was een deel van haar optreden
slechts vanuit de verte te hebben gehoord. Ze bracht stevige
gitaarmuziek, ondersteund door een heftig drummende paukenist.
Tevoren was ik er kennelijk té makkelijk en bevoordeeld van
uitgegaan met een saaie singer-songwriteres te maken te zullen
hebben.
Hoofdprogramma
Party Dozen maakte ik wel van begin tot eind mee. Ik had me wat
verder richting podium weten te wurmen dan tijdens de muziek van
Ioana Iorgu, ideaal was het bepaald niet. Gelukkig kon ik tussen
nummers even zittend rusten, met mijn bips op een tafel waar ook het
mengpaneel van de geluidsmeneer stond. Bijna altijd weet ik een plek
te vinden waar ik met een van mijn schouders tegen een wand of
staander steun heb. Dat was er in De Kromme Haring niet bij.
Jammerlijk, want door de neuropathie mis ik een deel van mijn
evenwicht. Iets wat je gaat krijgen met afgestorven of tijdelijk niet
werkende zenuwen aan je voetzolen. Doordat zich in het volle –
achteraf bleek het evenals in Mezz ook hier te zijn uitverkocht –
etablissement geen enkele verhoging bevindt en het podium nog geen
twintig centimeter hoog was, bleken mijn opnamen achteraf wat betreft
beeld niet prettig kijkmateriaal op te leveren. Over de
geluidskwaliteit had ik niet te klagen. Dat was in orde en niet te
hard. Dat laatste kwam me mooi uit. Want aan mijn gewoonte altijd wel
iets te vergeten, had ik ook dit maal niet getornd. Ik was zonder
oordoppen van huis vertrokken.
Zelfs
als ik in een gedisciplineerde conditie verkeer, lukt het me zelden
mijn plannen te laten uitgroeien tot op te volgen dictaten, die de
voornemens tot werkelijkheid promoveren. Donderdag was het
architetuurfotografieweer, wat eigenlijk slechts inhoudt: zo blauw
mogelijk zwerk. Of het koud of warm is, maakt niet uit. Op mijn te
fotograferen wenslijst stond nog een aantal bouwprojecten in Den Haag
- e.o. - dat ik wilde vastleggen. Donderdag was ook één van de vier
dagen waarop op het Prins Hendrikplein het Zeeheldenfestival werd
gehouden. Aangezien ik steeds fanatieker bezig ben met het vastleggen
van concerten en deze ter verrijking van de mensheid achterlaten op
YouTube, zou dit een uitgelezen kans zijn beide activiteiten - de
registratie van stenenstapelarij in beeld, en die van het
publiekelijk veil geven van schone tonen in beeld én geluid - op
dezelfde dag uit te voeren.
Tevoren
had ik al uitgevogeld dat ik de muziek van twee bands, Røyking en
Noordwal, de moeite waard vond. Gezien de programmatijden betekende
dit wel dat ik mijn fiets zou achterlaten in de stalling van Hollands
Spoor. Ik zou de trein terug nemen, de volgende dag wederom per
chemin de fer naar Den Haag gaan, er nog wat bouwprojecten
vereeuwigen én wellicht nogmaals e.e.a. muzikaals vastleggen. Ik zou
in ieder geval niet in het donker terug fietsen. Overdag scheren
automobielen al iets te dicht naar mijn zin langs me heen. 's Avonds is de kans op de tyfus gereden worden me te groot. De automobilist
heeft dan niet slechts minder zicht; hij/zij/hen/hun/hunnie/zullie
heeft dan ook al een dag lang de kans gehad zich vol % te laten
lopen.
Ik besloot over de parallelweg langs de A13, westelijk
voorbijgaand aan vliegveld Zestienhoven, richting Delft te cruisen.
Ik had tevoren gezien dat de wind uit het noordwesten woei, drie
Beauforts krachtig. (Of is het "Beauforten"? In de tijd van
de Romeinen was het "Beaufortae", dat heb ik onthouden van
mijn lessen Latijn, van lang gelee. Of was het toch "Beauforti"?
Hè, nu zit ik mezelf weer aan het twijfelen en in de war te
brengen.) Welnu. Ik heb tactisch sterkere beslissingen genomen.
Bijvoorbeeld door met wind in de rug heen te fietsen en terug per ov
te reizen. Ik merkte dat ik aardig wat van mezelf vergde. Dat kan op
zich pas kwaad als er kramp in ledematen schiet, er een bloeding in het brein plaatsvindt of het hart dienst weigert. Op zich doet de
fietstraining me goed. De lichamelijke inspanning maakt stofjes in de
herse...vul de riedel maar aan.
Van kramp was bijna sprake
toen ik circa op het Prins Hendrikplein was aanbeland, het
oorspronkelijk doel van de rit. Het moet voor het fietsersstoplicht
op de kruising van de Koningin Emmakade en de Laan van Meerdervoort
zijn geweest. Het was zo'n thrillseekermoment dat mij een behoorlijk
aantal fracties te nabij het ideale thrillseekermoment was. Niet
slechts op een infrastructureel kruispunt; ook op het kruispunt van:
kan ik door berekenend mijn voet plat op het plaveisel te plaatsen
kramp voorkomen of lig ik binnen enkele seconden luide kreten
onderdrukkend naast mijn fiets, vergaand van de pijn, het overig
verkeer op te houden?
Het werd gelukkig de eerste optie. Een
paar minuten later stond ik al op het PH-plein opnamen te maken van
Røyking. Hoe hun muziek te genreficiren? Garagepunk met opvoedkundig
onverantwoorde teksten, die ik zo grappig acht, dat gitaarsolowerk
dat ik bij andere bands soms over the top vind, me in dit geval
totaal niet stoort. Of, zoals op de Bandcamp-site van Røyking
uiterst pakkend staat vermeld: "Kinderen voor kinderen...maar
dan niet voor kinderen."
"LIEVER LUI DAN MOE
Ik
heb geen zin meer, krijg de tering. Dus nu heb ik een
uitkering. 't Is misschien een beetje fout. Maar liever dat,
dan een burn-out.
Weet je wat het is gewoon? Ik sta niet op
voor minimumloon. Veertig uur is veel te veel. Gratis geld is
wat ik wil.
Dus ik zou me maar bekeren. Waarom zou je nog
studeren? Want ook jij hoeft niets te doen. Leef lekker op
gratis poen.
Ik blijf liever in mijn bed. Draai een jointje
voor de pret. Ik ga nergens meer naartoe. Ik ben liever lui dan
moe."
Na het optreden fietste ik nog verder, de Laan van
Meerdervoort af. Ik wilde geenszins de indruk wekken liever lui dan
moe te zijn. De Laan van Meerdervoort roep ik hierbij uit tot een
straat die erin is geslaagd pleurislang te zijn. Na die te hebben
uitgereden, bevond ik mij omstreeks Ockenburgh, bij Kijkduin en
Loosduinen. Hier had ik de International School of The Hague
nog op mijn lijst staan met te fotograferen, ooit beschreven
bouwprojecten. Toen had ik al besloten dat de rit terug naar
Rotterdam niet per spoor, maar met bips op eigen zadel zou worden
volvoerd.