woensdag 30 juli 2025

HAPPEN NAAR DE BAAS

DNA-onderzoek moet uitwijzen of het jongetje door een wolf of een krokodil is aangevallen. In het geval van een kaaiman of alligator zou het erop kunnen duiden dat er op de Veluwe naast terugkeer van de wolf ook sprake is van de introductie van de krokodilachtige. De kans dat krokodilachtigen zijn voortgesproten uit gevallen boomvruchten wordt klein, maar niet onmogelijk geacht. "In theorie is het mogelijk dat er uit uit bomen gevallen kastanjes, eikels of dennenappels kaaimannen of alligators groeien. Dat hangt af van het soort mos waarop de boomvruchten terecht zijn gekomen. Andere soorten krokodilachtigen zijn zeer onwaarschijnlijk, zo niet onmogelijk," zo verwoordde een Veluwse boswachter het. Naast het wachten op bos staat de boswachter in kwestie ook bekend om het kweken van de Veluwse champignon, die een sterk hallucinogene werking heeft.

De VvVVW (Vakbond van Veluwse Vrije Wolven, red.) laat weten verstoord te zullen zijn als blijkt dat er zich ook krokodillen op de Veluwe bevinden. "Onze leden was toegezegd het alleenrecht op het bijten van mensenkinderen te hebben," aldus een woordvoerder.

vrijdag 25 juli 2025

AANRRRECHT

 


Toen de boten nog van hout en de mannen van staal waren,” zei mijn grootvader vaak tegen me, om te laten blijken dat het er in zijn tijd wel even anders aan toeging. Hij liet me weten dat mijn generatie een stel softies was, een partij mietjes, miskleunen, potverdeerders, hangmathangers, dekantjeservanaflopers, rustigaandanbreekthetlijntjenieters. Een wereldoorlog zou ons leren. Hij had er één meegemaakt. Zijn ouweheer, mijn overgrootvader, liefst twee. Waren zij er minder van geworden? Precies. In wereldoorlogen werden kerels gemaakt. Vredestijd was voor transgendervoetbalcentrumspitsen, voorstoppers die na negentig minuten altijd met een hagelwit broekje van het veld stapten omdat het woord 'sliding' nog tot hun praktijk diende door te dringen, ausputzers die bij een temperatuur van zeventien graden boven nul in een maillot op het veld stonden en vrouwelijke voetbalanalisten die ervoor zorgden dat jij op zondagavond na Studio Sport nog altijd met een even vol bord eten op schoot zat als dat je voorgezet had gekregen, omdat je van weerzin over hun zogenaamd tactische uitleg geen hap had kunnen weg krijgen.

Ja, opa. Onze generatie is een verzameling zoetebroodjesbakkers. We zijn me daar een stelletje pisnichterige suikerpopjes bij elkaar,” antwoordde ik dan, vermoeid van zijn voorspelbare, veel te vaak herhaalde riedel, die ik nog slechts met bijval als repliek kon aanvullen, omdat hem tegenspreken me inmiddels stukken erger vermoeide. “Jullie staken anders in mekaar. Mooie tijden waren dat. Toen de mannen nog stagediveden in lege concertzalen. Zonder iemand die ze opving. Onze generatie staat bij het begin van een song op het podium achterom te kijken of het luchtbed al is opgepompt en gaat pas liggen als het volgende nummer al halverwege is. En mannen waren het, in uw tijd. Hoofdletter M-mannen. Geen vrouw in het publiek te bekennen. Het enige recht van Riot Grrrl was het aanrrrecht. Van tussen de geslachten zwevende snoeshanen die in afwachting van overleg tussen bands, concertpodia en de snoeshaanvakbond nog geen keuze hadden kunnen maken tot welk gender ze wilden behoren, had al helemaal nog nooit iemand gehoord.”

Ik geloof dat je eindelijk eens wat zaken op een rijtje begint te krijgen, knul. Maar met dat stagediven zonder publiek zit je toch mis. Wij gingen niet naar concerten. Wij voeren de continenten af. We deden bommetje vanuit het kraaiennest op het scheepsdek. Piraten, waren we. Maar aardige piraten. Zo keken we donders goed uit dat we niet bij elkaar op de nek sprongen. We belandden altijd op het dek, niet op onze scheepskameraden. Soms kwam het voor dat het hout van de schepen niet stevig genoeg was. Dan versplinterde het en kwamen we een verdieping eronder terecht. Lagen we ineens op het benedendek, tussen de slaven, die de galei naar de thuishaven roeiden. Zo integreerde je toch nog een beetje met het andere ras. Was er ineens ook veel minder sprake van rangen-, standen- of klassenverschil. Maar nooit namen we de riemen van ze over. Ons vanuit het kraaiennest droppen op dek – of per ongeluk zelfs onderdek – deden we. Door niet de knieval van zelf roeien te maken, voorkwamen we muiterij. De slaven zouden dat als de gegeven vinger hebben beschouwd, die ze tot hele hand mochten uitvergroten.”

Ik corrigeerde opa niet door te trachten hem bij te brengen dat 'slaven' inmiddels 'tot slaaf gemaakten' heetten. Dat zou een brug te ver en water naar de zee dragen zijn geweest. Maar, hoewel onze generaties onverenigbaar waren, kon ik mijn grootvader een zekere mate van VOC-mentaliteit niet ontzeggen. Toch, zo maakte hij op familiefeesten altijd duidelijk, wilde hij wat betreft politieke overtuiging niet met Balkenende in verband worden gebracht. Hij wilde niet in de CDA-hoek worden gepositioneerd. Als zeeman had hij zich voortdurend moeten aanpassen aan weersomstandigheden, waterstanden en -stromen, en windkrachten en -richtingen. Dat had van hem de karakteristieke zwevende kiezer gemaakt. En wat symboliseerde het zweven beter dan die schitterende meeuw uit het logo van de Partij Voor de Vrijheid? Exact. Hij was een zwevende kiezer. En daar zou hij standvastig in zijn.

PARTY DOZEN + IOANA IORGU - DE KROMME HARING - UTRECHT - 23-7-2025


Ik had het optreden van Party Dozen in het Bredase Mezz wél al een tijd tevoren in mijn agenda genoteerd; beluisterd had ik de muziek nog steeds niet. Dat deed ik in een laat stadium. De Australiërs, een man en een vrouw, vormen een duo. De taakverdeling is duidelijk: man, Jonathan Boulet, drumt; vrouw, Kirsty Tickle, speelt saxofoon. Veel van hun werk is instrumentaal, soms zingt Tickle ook. Verrassend vaak draait ze dan haar sax honderdtachtig graden en zingschreeuwt haar teksten door de brede uitgang van het blaasinstrument terug de hoorn in. Het levert een verrassend geluid op. Hoewel ik me altijd afvraag in hoeverre dit soort geintjes gimmick om de gimmick is, concludeer ik in het geval van Party Dozen dat het de muziek verrijkt.

Zou ik het optreden bezoeken, dan zou ik voor de derde maal in nog geen maand op een vocale verrassing worden getrakteerd. Basgitariste Tine Hill van Gustaf klonk bij de concerten in Rotown en TivoliVredenburg met behulp van technische stemmodulatie als Darth Vader. Ook Metdog nam een loopje met natuurlijk stemgeluid. Of de zang van Kirsty Tickle slechts door haar zang in de koperblazer of óók met eletronische modulatie tot stemvervorming kwam, heb ik niet kunnen waarnemen. Of de effecten met behulp van vocoder, pitch shifter of formant shifting werden veroorzaakt, is ook een vraag die ik onbeantwoord moet laten.

Een bezoek aan Mezz in Breda zou het niet worden. Dat evenement zou plaats vinden in de kleine zaal en het bleek al te zijn uitverkocht. Niet vreemd. Party Dozen is een goede band, die al een aantal jaren bezig is en verschillende albums uitbracht. Nota bene Nick Cave was dusdanig enthousiast over de muziek van Party Dozen dat hij bereid was een mopje mee te zingen in het nummer “Macca The Mutt” op het album “The Real Work”. Het wil carrièregewijs nogal helpen als een grote naam als Nick Cave heeft aangegeven geporteerd te zijn van je werk en er zelfs een vocale bijdrage aan heeft geleverd. Laat ik mijn eigen mening over Cave dit maal maar voor onder de stoelen of banken bewaren. Al zijn er naar mijn mening weinig artiesten op wie het adagium 'Fuck you, you poser' meer van toepassing zijn dan op hem. (Oei, ik kan het uithalen naar die man kennelijk niet laten. Welaan. In ieder geval een reden om zo op Bandcamp “Macca The Mutt” te beluisteren. Misschien dat Caves bijdrage me in dit geval eindelijk eens mild stemt.)

Belangrijker reden voor de Bredase uitverkochtheid: 'zaal' is een groot woord voor de kleine zaal van Mezz. Ik ging dus direct op zoek naar een andere mogelijkheid om ze live aan het werk te zien. Die bleek er te zijn. Er stond, de dag erop, een optreden gepland op de webzijde van het Utrechtse Ekko. Het optreden bleek niet op de hoofdlocatie aan de Bemuurde Weerd Westzijde te zijn, maar in een “De Kromme Haring” genoemde venue. Die locatie was me nog totaal onbekend. Ik vind het altijd prettig een concertgelegenheid te bezoeken waar ik nog niet eerder kwam.

Toen ik het adres, aan de Europalaan, had opgezocht, dacht ik dat mijn reis me via treinstation Vaartsche Rijn naar De Kromme Haring zou voeren. Bekend terrein. Ik stap daar uit en weer in als ik naar een concert in De Helling ga. Die gelegenheid is een stuk dichter bij het station gelegen dan de Europalaan, zag ik op Google Maps. Per Streetview maakte ik een proefwandeling. Met mijn chronische neuropathie in gedachten was ik zittend op mijn bureaustoel al spierpijn en een flauwte nabij. 9292OV opperde gelukkig een ander plan. Ik zou pal naast Utrecht CS de bus aan de Jaarbeurszijde kunnen nemen en mij op drie minuten wandelen van voor de deur van De Kromme Haring uitstappen.

Zo geschiedde. Ik had de luxe in te kunnen stappen in een bus, die door materiaalmalaise met enige vertraging vertrok. Dat was wél ongeveer direct na mijn arriveren op busperron C5. De chauffeur had me voor mijn instappen vrolijk en joviaal verteld dat hij halte Lanslaan zou aandoen; sterker, het was zelfs de eerste stop die hij zou maken. Ik denk dat zijn goede luim voortkwam uit opluchting dat hij nu een passagier met een ter zake dienend antwoord op een vraag kon helpen, waar hij de overige te vervoeren lieden wegens motorische perikelen had moeten laten wachten. En, zoals de belasting betalende burger donders goed weet; wachten, vertragingen of welk ongemak dan ook, in het openbaar vervoer of wherever , dat moeten we niet willen met zijn allen. Dan wordt ons tekort gedaan. Door wie? Door de overheid. Door wie anders? Hoge bloeddruk? De overheid. Lauw bier? De overheid. Toch muggen ondanks hor? De overheid. Je friet te doorbakken bij Smullers? De overheid.

De Kromme Haring bleek te zijn gevestigd op een heuse rafelrandlocatie, die zich ondanks die benaming dichter bij het centrum dan bij gemeentegrens of stadsrand van Utrecht bevindt. Er houden diverse andere uitgaansgelegenheden domicilie. Langs het geheel, dat als overkoepelende naam 'De Vechtclub' heet, ligt een ruime tuin waarin houten tuinmeubilair staat opgesteld. Voorafgaand aan het concert kon ik daar mijn meegenomen boterhammen oppeuzelen. Wegens mijn slokdarmperikelen ben ik gedwongen mijn voedsel inderdaad op te peuzelen; schransen is er absoluut niet bij. De grote, niet goed fijn gekauwde happen komen me op een gruwelijke pijn te staan. Door mijn peuzelactiviteit was ik te traag om de start van voorprogramma Ioana Iorgu van nabij mee te maken. De artiesten – het bleek tot mijn verrassing om een drummer + gitariste/zangeres te gaan – waren reeds begonnen toen ik nog druk doende peuzelen was. Eenmaal binnen hoorde ik pas dat het werkelijk zonde was een deel van haar optreden slechts vanuit de verte te hebben gehoord. Ze bracht stevige gitaarmuziek, ondersteund door een heftig drummende paukenist. Tevoren was ik er kennelijk té makkelijk en bevoordeeld van uitgegaan met een saaie singer-songwriteres te maken te zullen hebben.

Hoofdprogramma Party Dozen maakte ik wel van begin tot eind mee. Ik had me wat verder richting podium weten te wurmen dan tijdens de muziek van Ioana Iorgu, ideaal was het bepaald niet. Gelukkig kon ik tussen nummers even zittend rusten, met mijn bips op een tafel waar ook het mengpaneel van de geluidsmeneer stond. Bijna altijd weet ik een plek te vinden waar ik met een van mijn schouders tegen een wand of staander steun heb. Dat was er in De Kromme Haring niet bij. Jammerlijk, want door de neuropathie mis ik een deel van mijn evenwicht. Iets wat je gaat krijgen met afgestorven of tijdelijk niet werkende zenuwen aan je voetzolen. Doordat zich in het volle – achteraf bleek het evenals in Mezz ook hier te zijn uitverkocht – etablissement geen enkele verhoging bevindt en het podium nog geen twintig centimeter hoog was, bleken mijn opnamen achteraf wat betreft beeld niet prettig kijkmateriaal op te leveren. Over de geluidskwaliteit had ik niet te klagen. Dat was in orde en niet te hard. Dat laatste kwam me mooi uit. Want aan mijn gewoonte altijd wel iets te vergeten, had ik ook dit maal niet getornd. Ik was zonder oordoppen van huis vertrokken.

vrijdag 11 juli 2025

KINDEREN VOOR KINDEREN...MAAR DAN NIET VOOR KINDEREN (RØYKING - ZEEHELDENFESTIVAL - DEN HAAG - 10-7-2025)


Zelfs als ik in een gedisciplineerde conditie verkeer, lukt het me zelden mijn plannen te laten uitgroeien tot op te volgen dictaten, die de voornemens tot werkelijkheid promoveren. Donderdag was het architetuurfotografieweer, wat eigenlijk slechts inhoudt: zo blauw mogelijk zwerk. Of het koud of warm is, maakt niet uit. Op mijn te fotograferen wenslijst stond nog een aantal bouwprojecten in Den Haag - e.o. - dat ik wilde vastleggen. Donderdag was ook één van de vier dagen waarop op het Prins Hendrikplein het Zeeheldenfestival werd gehouden. Aangezien ik steeds fanatieker bezig ben met het vastleggen van concerten en deze ter verrijking van de mensheid achterlaten op YouTube, zou dit een uitgelezen kans zijn beide activiteiten - de registratie van stenenstapelarij in beeld, en die van het publiekelijk veil geven van schone tonen in beeld én geluid - op dezelfde dag uit te voeren.

Tevoren had ik al uitgevogeld dat ik de muziek van twee bands, Røyking en Noordwal, de moeite waard vond. Gezien de programmatijden betekende dit wel dat ik mijn fiets zou achterlaten in de stalling van Hollands Spoor. Ik zou de trein terug nemen, de volgende dag wederom per chemin de fer naar Den Haag gaan, er nog wat bouwprojecten vereeuwigen én wellicht nogmaals e.e.a. muzikaals vastleggen. Ik zou in ieder geval niet in het donker terug fietsen. Overdag scheren automobielen al iets te dicht naar mijn zin langs me heen. 's Avonds is de kans op de tyfus gereden worden me te groot. De automobilist heeft dan niet slechts minder zicht; hij/zij/hen/hun/hunnie/zullie heeft dan ook al een dag lang de kans gehad zich vol % te laten lopen.

Ik besloot over de parallelweg langs de A13, westelijk voorbijgaand aan vliegveld Zestienhoven, richting Delft te cruisen. Ik had tevoren gezien dat de wind uit het noordwesten woei, drie Beauforts krachtig. (Of is het "Beauforten"? In de tijd van de Romeinen was het "Beaufortae", dat heb ik onthouden van mijn lessen Latijn, van lang gelee. Of was het toch "Beauforti"? Hè, nu zit ik mezelf weer aan het twijfelen en in de war te brengen.) Welnu. Ik heb tactisch sterkere beslissingen genomen. Bijvoorbeeld door met wind in de rug heen te fietsen en terug per ov te reizen. Ik merkte dat ik aardig wat van mezelf vergde. Dat kan op zich pas kwaad als er kramp in ledematen schiet, er een bloeding in het brein plaatsvindt of het hart dienst weigert. Op zich doet de fietstraining me goed. De lichamelijke inspanning maakt stofjes in de herse...vul de riedel maar aan.

Van kramp was bijna sprake toen ik circa op het Prins Hendrikplein was aanbeland, het oorspronkelijk doel van de rit. Het moet voor het fietsersstoplicht op de kruising van de Koningin Emmakade en de Laan van Meerdervoort zijn geweest. Het was zo'n thrillseekermoment dat mij een behoorlijk aantal fracties te nabij het ideale thrillseekermoment was. Niet slechts op een infrastructureel kruispunt; ook op het kruispunt van: kan ik door berekenend mijn voet plat op het plaveisel te plaatsen kramp voorkomen of lig ik binnen enkele seconden luide kreten onderdrukkend naast mijn fiets, vergaand van de pijn, het overig verkeer op te houden?

Het werd gelukkig de eerste optie. Een paar minuten later stond ik al op het PH-plein opnamen te maken van Røyking. Hoe hun muziek te genreficiren? Garagepunk met opvoedkundig onverantwoorde teksten, die ik zo grappig acht, dat gitaarsolowerk dat ik bij andere bands soms over the top vind, me in dit geval totaal niet stoort. Of, zoals op de Bandcamp-site van Røyking uiterst pakkend staat vermeld: "Kinderen voor kinderen...maar dan niet voor kinderen."

"LIEVER LUI DAN MOE

Ik heb geen zin meer, krijg de tering.
Dus nu heb ik een uitkering.
't Is misschien een beetje fout.
Maar liever dat, dan een burn-out.

Weet je wat het is gewoon?
Ik sta niet op voor minimumloon.
Veertig uur is veel te veel.
Gratis geld is wat ik wil.

Dus ik zou me maar bekeren.
Waarom zou je nog studeren?
Want ook jij hoeft niets te doen.
Leef lekker op gratis poen.

Ik blijf liever in mijn bed.
Draai een jointje voor de pret.
Ik ga nergens meer naartoe.
Ik ben liever lui dan moe."

Na het optreden fietste ik nog verder, de Laan van Meerdervoort af. Ik wilde geenszins de indruk wekken liever lui dan moe te zijn. De Laan van Meerdervoort roep ik hierbij uit tot een straat die erin is geslaagd pleurislang te zijn. Na die te hebben uitgereden, bevond ik mij omstreeks Ockenburgh, bij Kijkduin en Loosduinen. Hier had ik de International School of The Hague nog op mijn lijst staan met te fotograferen, ooit beschreven bouwprojecten. Toen had ik al besloten dat de rit terug naar Rotterdam niet per spoor, maar met bips op eigen zadel zou worden volvoerd.