woensdag 29 juni 2022

DE ONTDEKKING VAN DE JOJO

 De Spaanse ex-koning Juan Carlos had seks met 4786 vrouwen,” las Harry Mulisch. Misnoegd sloeg hij Het Dagblad van Gene Zijde dicht.

Wat een minuscuul aantal, wat een mietje,” mompelde hij. “4786 vrouwen is wel exact het aantal vrouwen met wie ik het bed deelde, terwijl ik mijn pijp nog in mijn mond had. Dat is dan weer een mooi toeval zoals slechts Harry Mulisch het in zijn alle uitspanselen overschrijdend oeuvre zou weten te verwerken. Ach ja, dat waren nog eens tijden. Toen literatuur nog literatuur was. Leefde Harry Mulisch nog maar.”

Harry pinkte een post mortem traantje weg bij de gedachten aan zijn verscheiden en riep God tot de orde: “Hé, prutser. Volgens mij zijn de tranen hier aan gene zijde een stuk droger dan op het ondermaanse. Kijk eens of dat recht te breien is. En niet door lukraak een zee te openen. Dus die Mozes van je houd je maar lekker buiten beeld. Dit maal wil ik de klus wetenschappelijk geklaard zien.”

Hij schudde vermoeid zijn hoofd. Wie had hier nu de hemel ontdekt? God of Harry Mulisch? Even overwoog hij nog of hij God moest opdragen daar beneden de groeten te doen aan Jerolimo, den Spaanschen Brabander. Dat was tenminste een Spanjool van wie je op aan kon. Geen Juan Carlos, of hoe die omhooggevallen berber ook mocht heten. Jerolimo had destijds de beste pijptabak van Amsterdam gehad. En nooit was die malle Spaanschen Brabander te beroerd geweest om Café Américain aan te doen en Harry van verschen rookwaren te voorzien. Toch zag Harry af van zijn idee God te bevelen Jerolimo de groeten te doen. Het probleem met de Brabanders van tegenwoordig was – of zij nu Spaanschen of gewonen Brabanders waren – dat zij zich wat betreft de productie van rookwaren bepaald niet tot tabak beperkten. Nee, dat moest een soort gras zijn met een THC-gehalte waar een paard niet eens meer de hik van kreeg, maar waarvan de fameuze drafhengst Jojo Buitenzorg vijfvoudig zou reïncarneren. Harry mocht dan ook na zijn hemelwaarts gaan nog een verwoed pijproker zijn. Dat betrof chillum- noch waterpijp. Hij rookte nog altijd een authentieke herenpijp. Jerolimo zou tegenwoordig vast coffeeshops via de achterdeur bevoorraden. Met dat soort crimineel geteisem wilde een Heer van Buitengewone Stand niets te schaften hebben. Ook niet als die Heer van Buitengewone Stand inmiddels was overleden.

Harry verveelde zich. Het kwam niet vaak voor, maar nu verveelde hij zich. Daar beneden had hij nooit last van verveling gehad. Op momenten dat hij er niet wist wat met zijn tijd te doen, belde hij gewoon vanuit een telefooncel balorig een horeca-uitspanning, vroeg in het Engels of Harry Mulisch aanwezig was, waarna een kelner luidkeels wereldkundig maakte dat er a telephone call for mister Harry Mulisch was. Eén maal had hij ook zo'n geintje met André Hazes uitgehaald. Dat was toen de corpulente volkszanger lag opgebaard in de Amsterdam Arena. Zelf zou Harry in een dergelijk geval zijn opgestaan uit zijn kist om de telefoon te beantwoorden; de volkszanger was daar te gewoontjes voor en was doodgemoedereerd blijven liggen.

Een ogenblik overwoog Harry te bellen met een coffeeshop in Sint Willebrord om daar zijn naam te laten omroepen, maar hij zag er direct de volstrekte overbodigheid van in. Niemand zou er zijn naam kennen. Belachelijk eigenlijk, nu hij erover nadacht. Nederwiet met het hoogste THC-gehalte zou niet 'Skunk', 'Original Haze' of 'Northern Light' moeten heten, maar 'Harry Mulisch'.

Ha, A. f. Th, meid, wat ben je afgevallen. Van de drank af en je nu weer de Aanslag roken aan drie gram 'Harry Mulisch' in coffeeshop De Ontdekking van de Hemel?” mijmerde Harry flauw glimlachend voor zich uit. Harry sprak de initialen 'A, f, Th' altijd overdreven duidelijk apart uit. Opdat niemand hem ervan kon verdenken een flauwe woordspeling te maken. Een woordspeling die toch overbodig zou zijn. A, f, Th wist zelf best dat Harry hem een aft vond.

Mensen konden beweren van de overleden Harry Mulisch wat ze wilden. Ondanks zijn dood wist hij zich meestal nog aardig te vermaken. Meestal. Maar nu was het moment daar, de verveling sloeg toe. En tot overmaat van ramp was zijn pijptabak ook nog bijna op.

Harry zou Harry echter niet zijn als hij niet ineens met een deus ex machina op de proppen zou komen. Hij zou God opdragen nederwaarts te dalen en daar een jojo voor hem aan te schaffen. Het jojoën zou een geweldig substituut vormen voor het stoppen van een pijp. Als hij maar iets met zijn handen te doen had. Anders zou hij straks nog overgaan tot zoiets volks als masturbatie. Dat was hem tijdens zijn leven nooit overkomen. Een man die met zoveel vrouwen het bed deelde als Harry Mulisch kon immers nooit tijd hebben om zich tot onaneren te verlagen. Met de beste wil van alle uitspanselen in het heelal was zoiets volstrekt ongeloofwaardig. Zelfs in het oeuvre van Harry Mulisch kon dat niet ineens zomaar voorkomen. Ook gedurende de tijd die hem hier aan gene zijde resteerde – en het zag ernaar uit dat dit inderdaad voor eeuwig was – zou Harry nooit de hand aan zichzelf slaan.

Hij was me daar André Hazes niet. Die masturbeerde hier aan gene zijde nog als hij aan zijn veertigste blikje pils van de dag bezig was.

dinsdag 19 april 2022

JATMOOS & co


 

WELKOM IN BITCOINTOPIA




Over water lopen? Koop cryptomunten en u zult oceanen bewandelen zonder natte voeten te krijgen.


De gasprijs naar recordhoogte? Kook en stook op cryptomunten. Geen hout, geen kolen, geen gas, geen biomassa, maar cryptomunten. Ja, cryptomunten. Wat een zegening.


Supermarkt? Zeg maar tegen de caissière dat je alleen cryptomunten op zak hebt en dat de boodschappen gratis voor niks en voor jou zijn als ze die niet accepteert. Cryptomunten. Waar een wil is, is een weg.


Je favoriete club op een degradatieplaats? Sponsoring en crowdfunding in cryptomunten. Cryptomunten. Ook voor outsiders en underdogs. De topclubs zullen nog lelijk op hun neus kijken in de Champions League.


Lekkere trek to the max? Rijstebuik? Vliegen om je uitpuilende ogen? Cryptomunten. Nooit meer honger; de sterrenkoks zijn niet bij je weg te slaan.


Stijgende zeespiegel? Met cryptomunten koopt u laag water wanneer het u uitkomt. Cryptomunten. Geen vloed komt er nog in.


Karma en gerechtigheid bestaan werkelijk? Cryptomunten bestaan nog veel echter. Cryptomunten. Boter bij de vis en wezenlijker dan wezenlijk is.


Een dubbeltje op zijn kant? Een cryptomuntje op zijn kant valt altijd in uw voordeel.


Boycot voor Poetin en zijn tsarenrijk? SWIFT uitgelazerd? Cryptomunten. Iedere Rus een oligarch.


Een schone was? Cryptomunten wassen uw spaargeld witter dan wit. Zelfs witter dan Robijn Intensief de was in de stoutste dromen van Frank Govers wit gekregen heeft.


Miljardair worden? Laat je naturaliseren tot Rus. Eén bitcoin is straks één miljard roebel waard. Ha, die cryptomunten. De hemel op aarde.


Klimaatverandering? Laat cryptomunten uw adaptatie regelen. Cryptomunten! Met 60 graden Celsius zit u nog lekker in de luwte.


Kernoorlog? Wissel al je spaargeld in voor cryptomunten. Cryptomunten. Radioactiviteit doet je niets meer, tijdens een nucleaire winter rijd jij de Elfstedentocht en je hebt het eeuwige leven. Plus, ja +, een kruisje. Een Elfstedenkruisje.


Partij voor de Dieren, 50Plus, Volt, Forum voor Democratie, Bij1. En met zijn allen één bij de Cryptomuntenpartij. De Cryptomuntenpartij, de kapitalistische partij met een marxistische twist. De Cryptomuntenpartij, neo-liberalisme 2.0. Maak daar 3.0, 4.0, 5.0 en 6.0 van.

vrijdag 11 februari 2022

REDELIJK RECENTE HERINNERING AAN HOLLAND



Denkend aan Holland

zie ik horden BN'ers

straal voor paal met hun

dickpic staan.


Het volk - ondankbaar - 

slaat aan het schmieren,

stopt niet met fluimen,

BN'er verliest baan.


En aan de zo krachtige

ketens geklonken

in mediakerkers

raken ze gestrand.


Door velen verworpen

gaan ze vol op de hoorns

zullen vermolmen

tot een natte krant.


De broek ging omlaag

en de penis werd langzaam

zichtbaar voor de iPhone,

onschuld vermoord.


En schuddend op zijn vesten

denkt de BN'er aan later,

hij krijgt altijd te maken

met het stempel 'gestoord'.

dinsdag 26 oktober 2021

VERGETEN LICHT

 

Ruim twintig jaar moet ik al in het bezit zijn van mijn All Terrain Bike-achtige fiets. Lange tijd voldeed het voertuig eigenlijk niet aan mijn wensen. Ik rijd bijna altijd over fietspaden, bij afwezigheid daarvan over straat, nu en dan ben ik gedwongen mij op een binnenweg te begeven en – vooruit, ik zal het eerlijk toegeven – soms pak ik een stoep mee. Zelden rijd ik door terrein. En terrein is juist de reden dat de fiets over brede banden met diep profiel beschikt. Op harde ondergrond maken de banden door hun breedte echter veel te veel contact met het plaveisel. Hierdoor ontstaat wrijving. Wrijving vertraagt de snelheid. Lange tijd was ik door de vertraging voornamelijk kansloos tegen lieden op wielrenfietsen. Waar zij over tien versnellingen beschikken, heb ik slechts de keuze uit drie. Voeg daarbij nog de dunne bandjes van de wielrenners, de daarmee gepaard gaande geringe wrijving en een weldenkend mens klimt niet op zijn ATB, maar blijft een dag lekker in bed liggen.

Sinds enige tijd zijn er ook nog de elektrische fietsen bijgekomen. Ik word ingehaald door maaltijdbezorgers en ouden van dagen, die men tegenwoordig met de verhullende term 'boomers' omschrijft. Boomers, van 'boom (op zijn Engels uitgesproken), kijk ons eens even moeiteloos bij die hulpeloze ATB-bezitter weg demarreren'. Gelukkig fiets ik altijd met een draadloos via mp3-speler verbonden koptelefoon op mijn hoofd. Het smadelijke gelach als ik voor de zoveelste keer word ingehaald en hoogstens een poosje in het kielzog kan volharden, blijft me bespaard.

Mijn ATB-achtige, laat ik die om u niet telkens met het achtervoegsel '-achtige' te vermoeien verder kortweg 'ATB' noemen, stal ik in de ruim bemeten, goed verlichte fietsenstalling onder het plein voor het Rotterdams centraal station. Je kunt je rijwiel er gelijkvloers plaatsen, maar dat is de vandaalkat op het slopersspek binden. Mij te veel kans dat een al dan niet beschonken frustraat het in het voorbijgaan nodig acht mijn achterwiel om te werken van recht tot gekromd of ander uiterst onwelkom ongerief te veroorzaken. Plaats ik mijn fiets op de eerste etage van de rekken, dan is die kans stukken geringer. Ik zie iemand nog niet zo snel mijn tot voor kort reflector geacht achterlicht eraf koppen. Schoppend vergt het een highkick van een geoefend vechtsporter. Beschonken vechtsporters zullen niet slagen in hun poging.

Al de ruim twintig jaren lang dat ik hem bezit, verkeerde ik in de veronderstelling dat zich achterop mijn ATB een reflector bevond. Toen ik het rek met daarin mijn rijwiel onlangs naar beneden trok, bleek de reflector ineens licht te geven. Sinds ik cum laude werd ontslagen uit een psychiatrische instelling weet ik dat ik gecertificeerd niet meer aan paranoia lijd. Ik hoefde niet geschrokken achter mij te kijken of er ineens een auto tot in de fietsenstalling was doorgedrongen, die met ontstoken koplampen de rode lichtreflectie veroorzaakte. Het betrof hier niet slechts een reflector, achterop mijn ATB, maar een heus achterlicht. Direct rees de vraag hoe ik dit achterlicht in werking had gesteld. Met mijn hand wreef ik over de bovenkant van wat ik ruim twintig jaar lang voor een reflector had gehouden. Er gebeurde niets. Toen ik mijn wijsvinger langs de onderkant liet gaan, stuitte ik op een uitsteeksel. Ik drukte erop en het licht doofde. Aangezien ik er ruim twintig jaar lang van was uitgegaan dat er zich achterop mijn fiets een reflector bevond, drukte ik nog een aantal maal ongelovig op het knopje. Dit overtuigde me. Telkens ging het licht aan en dan weer uit. Ik liet het daarop bij 'uit'. Het was vroeg op de dag, zonnig en tijdens mijn aanstaande fietstocht zou het nog een zeer ruim dagdeel licht zijn. Er was geen enkele aanleiding mijn route met brandend achterlicht af te leggen.

Er is nog een andere reden om mijn achterlicht zo min mogelijk aan te zetten. Mijn voorlicht brandt altijd, zodra het rijwiel zich verplaatst. Of het nu licht of donker is. Op ingenieuze wijze is het voorlicht gekoppeld aan beweging van mijn fiets. Hoe het kan, weet ik niet. Een ouderwetse dynamo die hoe dan ook tot wrijving – en daarmee een trager tempo – leidt, heb ik nooit aangetroffen. Trap ik de fiets in beweging dan gaat het voorlicht branden. En dat vind ik wel prima zo. Het achterlicht stelt diverse vraagtekens die tot meer nadenken stemmen. Hoe kan het dat het lampje binnenin gaat branden zodra ik het knopje indruk? Betrekt het zijn energie via door mij onopgemerkte micro-zonnepanelen in het staal van frame, stuur en bagagedrager? Is het windenergie die via de spaken in de banden wordt opgeslagen en zo een weg naar mijn achterlicht vindt? Warmte-koudeopslag die via mijn bips op het zadel in energie wordt omgezet? Of een door alle geheime diensten ter wereld over het hoofd geziene kerncentrale in diepe krochten onder Noord-Koreaanse bodem die contact met mijn achterlicht maakt? Die Noord-Koreanen mogen dan nog geen kernraket op Zuid-Koreaans, Japans of Amerikaans grondgebied hebben laten neerkomen; ik onderschat hun expertise, knowhow, kundigheid en savoir faire bepaald niet. Ik lijd weliswaar gecertificeerd niet meer aan paranoia, dat sluit het met een keur aan mogelijkheden rekening houden niet uit. Hoe op het eerste gezicht niet voor de hand liggend die mogelijkheden ook zijn.

Het belangrijkste: na ruim twintig jaar ben ik erachter gekomen dat de reflector achterop mijn ATB niet slechts reflector, maar zelfs een achterlicht is. Zo kom ik tot de conclusie dat het leven pas bij tweeënvijftig jaren oud begint, waar het de fase ervoor slechts rottig behelpen was. De abrahamsleeftijd plus twee is de leeftijd waarop je als gezonde jongeman besluit pas een elektrische fiets te zullen nemen als je de kist in gaat. Op de elektrische fiets zal ik me geen meter verplaatsen. De fiets zal, in plaats van een gedenksteen, boven mijn graf prijken. Als het even kan, laat ik het monument sponsoren door Pyongyang. Tegen de tijd dat ik het tijdelijke voor het eeuwige verwissel, zo rond mijn 753ste verjaardag, zijn de mondiale gezagsverhoudingen compleet gewijzigd, worden de lakens sowieso vanuit daar verdeeld, spelen topvoetballers en masse in de Noord-Koreaanse ÜberHyperSuper-league, wordt de proloog van de Tour de Corée du Nord eens in de vijftien jaar in Parijs verreden en heb ik daar nooit aan meegedaan omdat ik het op mijn brede banden altijd afleg tegen wielrenners op iele tubes. De rode ster in de cirkel op de Noord-Koreaanse vlag heeft dan al een aantal eeuwen terug plaatsgemaakt voor een wat non-descripte rode beeltenis die mijn achterlicht moet voorstellen.

Wereldwijd zullen wetenschappers zich afvragen hoe het mogelijk is dat het achterlicht van die in de fietsenstalling onder het plein voor het Rotterdamse centraal station geparkeerde ATB nog altijd brandt. Het antwoord heb ik mijn graf in meegenomen. Ik zal het hier alvast verklappen: de laatste keer dat ik mijn fiets stalde, was ik vergeten op dat knopje te drukken.

maandag 4 oktober 2021

DE LUCHTBROMFIETSER


 Ineens tref ik op de kruising van de Rochussenstraat met de Westersingel een te vondeling gezette huurscooter van Felyx. Plompverloren en eenzaam, want zonder bestuurder, staat het vervoermiddel voor het verkeerslicht, dat inmiddels groen aangeeft. Vanzelfsprekend breekt er een glimlach door op mijn gezicht. Een scooter zonder bestuurder die exact in het midden van het fietspad staat geparkeerd terwijl het verkeerslicht doorrijden verordonneert, betekent: chaos. En wat is er meer welkom dan chaos waar je zelf noch last van hebt, noch de oorzaak van bent? Ik zou het zo snel niet weten. Wel weet ik wat de uitkomst is van chaos die mijzelf totaal onberoerd laat: leedvermaak.

Maar leedvermaak waarom? En om wie? Tot nu toe is er nog geen hysterisch terug richting scooter rennende huurder gesignaleerd. Voorbijgangers nemen de scooter slechts waar en lopen, fietsen of scooteren eromheen, hoogstens een moment signalerend dat er hier ter plaatse een scooter onhandig stil staat te staan, maar geen moment bekropen wordend door het idee dat er sprake is van een onverkwikkelijke situatie. Dus maakt ook niemand de geringste aanstalten de scooter te verplaatsen of de hulpdiensten van dit merkwaardig verkeersdelict op de hoogte te stellen.

Zelf blijf ik met mijn fikken ook van de koets. Ik betoon me niet assertiever dan mijn wandeling richting het centraal station vervolgen. Daar staat mijn fiets geparkeerd in de stalling onder het stationsplein, die een geweldig fietsenopvanghuis is. Je kunt er je tweewieler altijd kwijt. En gratis. Je moet slechts zorgen dat je hem er eens in de twee weken even weghaalt, want anders zijn de autoriteiten gemachtigd het vervoermiddel te confisqueren.

Wandelend langs de Westersingel heeft mijn gemoed echter geen enkele tijd zich bezig te houden met de lengte van het tijdsbestek die mijn stalen ros ongebruikt in de stalling heeft doorgebracht. Noch maak ik mij druk met piekeren over de materiaalsoort van mijn frame; of dat werkelijk van staal of van een andere metaalsoort is vervaardigd. Ik heb het te druk met mijn leedvermaak. Leedvermaak om de deurwaarder. De deurwaarder? Ja, de deurwaarder. Het is namelijk geen toeval dat de Felyx-scooter daar moederziel alleen stond. Dat de bestuurder plotseling met de noorderzon leek te zijn vertrokken, alsof hij in rook was opgegaan.

Op het gevaar af nu voor complottheoreticus te worden versleten zal ik u uit de doeken doen hoe de vork in de steel zit. De scooter was gehuurd door Karlsson van het Dak. Karlsson van het Dak is steeds meer aan vliegangst gaan lijden sinds het aantal drones in zijn nabijheid de spuigaten uitloopt. In Zweden bestaan er groepen dronebezitters die er eer in scheppen met hun drone zo dicht mogelijk in zijn buurt te vliegen. Er zijn zelfs geldprijzen te verdienen voor degenen die de meest close camerabeelden van Karlsson van het Dak weten te maken. Hij begon er zich als een door een Patriot onderschepte Scud-raket van te voelen. Nadat hij van schrik zijn vinger al eens open haalde aan de propeller op zijn rug – hoe hij het fysiek bijna onmogelijke voor elkaar had gekregen was hem een raadsel – besloot hij zijn heil op maaiveldniveau te zoeken. Karlsson van het Dak werd Karlsson op de Felyx-huurscooter. Zijn habitat in Zweden verruilde hij voor Rotterdam. Die stad was de laatste tijd nogal in zwang bij expats, dus daar moesten hij en zijn propeller ook hun draai kunnen vinden. Al zou hij zijn propeller ongebruikt laten zo lang hij zich per Felyx-scooter voortbewoog.

Ongeveer een kwartier voordat ik de verlaten scooter bij het verkeerslicht trof, hield Karlsson van het Dak stil bij de kruising van de Rochussenstraat en de 's Gravendijkwal. Wat was dit voor waanzin? Auto's, auto's, auto's, auto's. En hij op zijn scooter maar wachten, wachten, wachten, wachten. Hierbij vergeleken waren de drones in zijn thuisland Zweden kinderseriespel. Na een half uur had hij eindelijk groen licht gekregen. Rijdend richting Eendrachtsplein met één hand aan het stuur, lukte het hem met zijn vrije hand de propeller op zijn rug in werking te stellen. Bij het verkeerslicht naast het Parkhotel had hij in de remmen geknepen, zijn vervoermiddel op de standaard gezet en het luchtruim gekozen.

Dat het domweg achterlaten en niet terugbrengen van de Felyx-scooter de huurrekening met dertig eurocent per minuut doet stijgen en het maar afwachten is tot hoeveel de teller oploopt, zal Karlsson van het Dak een zorg zijn. Dat de scooterverhuuder hem aanmaningen verstuurt en uiteindelijk een deurwaarder inschakelt zal hem aan zijn mollige bips roesten. Après Karlsson van het Dak, le déluge. Een knappe deurwaarder die op hoogte zijn brievenbus weet te vinden en er de in langwerpige envelop gehulde tijding in naam van de Koning doorheen laat glijden. Deurwaarders werken namelijk nog meelijwekkend weinig met drones.

dinsdag 10 augustus 2021

HET ZONNETJE IN HUIS

Gisteren werd ik, na het plegen van de grote boodschap, geconfronteerd met een toilet dat niet meer doorspoelde. Het duurde uren voordat het spoelwater eenmaal was weggesijpeld. Nogmaals doortrekken zorgde er slechts voor dat het water weer min of meer tot aan de rand van de toiletpot kwam te staan. De grote boodschap zelf bleef drijven, hetgeen niet een appetijtelijke aanblik bood. Vanochtend wandelde ik daarom naar het centraal station om daar tegen betaling gebruik te maken van het gemak. Ze hebben er goede toiletten, op zich een aanrader. Al kom ik er liever achter dat de wc's op een centraal station deugen als ik op reis ben dan uit noodweer.

Eenmaal terug ging ik eerst aan de slag met zilver soda en schoonmaakazijn, daarna met een agressiever ontstoppingsmiddel en kokend water. Niets hielp, het enige resultaat was dat de grote boodschap steeds verder vermengde met het water. Het water kreeg daardoor telkens een meer donkerbruine kleur, wat ook al geen tot verorbering van maaltijd uitnodigend uitzicht opleverde, maar er wél op duidde dat er in mijn geval zeer waarschijnlijk geen sprake is van een afgenomen leverfunctie. In dat geval zijn uitwerpselen meestal veel lichter van kleur.

Vermoeid belde ik mijn huisbaas. Die kwam met een ouderwetse plopper aanzetten en zei dat ik daarmee moest ploppen tot het euvel verholpen zou zijn. Innerlijk verklaarde ik de huisbaas voor gek. In gedachten plopte ik al een met water, urine en grote boodschap verzadigd gezogen haarbal met een doorsnede van 20 cm in mijn eigen gezicht, waarna ikzelf, mijn have en goed én de vloer ook donkerbruin zouden zijn. Aan de andere kant begon het geëmmer me nu stevig de keel uit te hangen. Ik zag het niet zitten bij iedere achterwaartse aandrang naar het station te moeten wandelen. Dus pakte ik de plopper. Met mijn handen moest ik - er zat werkelijk niets anders op - de bruine, gemengde vloeistof in, om de plopper secuur op het gat naar de afvoer te kunnen plaatsen. Toen ik voelde dat hij in de goede positie zat, trok ik de plopper aan het houten handvat omhoog. Slechts één keer. De drab deed er geen drie seconden over om met een gorgelend geluid in de afvoer te verdwijnen.

Toen zag mijn gezicht er dus ineens zó uit.